Johannes Gerardus Antonius, Jan Diepstraten, werd geboren op 16 januari 1908 in Terheijden. Zijn vader was Hendrikus Matheus Diepstraten ( 1882-1956 ) en zijn moeder was Maria Schets ( 1881-1959 ). Vader Hendrikus was metselaar, uitvoerder en aannemer. Hij was o.a. bijzonder bedreven in het metselen van gewelven. Aangezien er zeer veel Diepstratens in Terheijden woonden, maakte men gebruik van bijnamen om te weten welke Diepstraten men bedoelde. Hendrikus Diepstraten had een vlek, een plak, boven zijn ogen en werd daarom ook de Plak genoemd. Nu wist men beter over wie men het had.

Moeder Maria Schets werd geboren in de gemeente Princenhage, maar woonde toch vlak bij Terheijden. De rivier de Mark stroomde toen namelijk nog door de haven van Terheijden en al het andere gebied aan de andere kant van de Mark behoorde tot de gemeente Princenhage en moeder woonde in een woning aan de andere kant van de haven. 

Opa Schets was schuitenvervoerder, dat hield in dat hij vanaf de oever van de Mark over een jaagpad met een paard de schuiten voorttrok en moeder Maria deed die klus ook wel, zittend op het paard en ondertussen een rozenhoedje biddend of bezig met breiwerk. De mensen noemden haar 'Mieke van de Pad'. Ook bediende opa Schets de veerpont over de Mark tussen de gemeente Terheijden en de gemeente Princenhage, een voorloper van  het huidige Markpontje. Later zou opa ook met koetsen gaan rijden om mensen en goederen naar en van Breda te vervoeren. In de jaren '50 van de vorige eeuw is een deel van de Mark meer naar het westen verlegd, waardoor de haven een doodlopende zijtak van de Mark is geworden en kreeg de gemeente Terheijden er wat grondgebied bij en kon de woning van de vroegere schuitenvoerder nu ook over land bereikt worden.

Vader Hendrik en moeder Maria trouwden in 1904. In het gezin werden 5 kinderen geboren. Thé (1905-1977), Jan (1906, deze sterft na 3 maanden in 1907), Jan (1908-1979), To (1909-2000), en Dien (1912-2001). Het was een zeer godsdienstig gezin, het leren van de catechismus werd er zeer belangrijk gevonden. Het gezin woonde op het Moleneind, het huidige adres Molenstraat 25, waar ook café de Druif uitgebaat werd. Opa Matheus Diepstraten had het café in 1889 gekocht, achter het café, op de Molenweel, was de eerste ijsbaan van Terheijden.

Naar school in 1922.

 

 

Of er een dergelijke foto is van Jan Diepstraten is ons niet bekend, maar er is er wel een waar zijn broer Thé op te zien is. In de lange rij zittende jongens is hij de tweede van rechts. Helemaal links staat meester De Bie, het hoofd van de openbare school in Terheijden. Een meester die wel aan de weg timmerde. Naast hoofd van de school, was hij dirigent van het herenkoor, maakte hij uitgaven voor het onderwijs zoals historische kaarten van de oudheid, was hij politiek actief en hij werd uiteindelijk onderwijsinspecteur.

Broer Thé ging in april 1920 naar het internaat van de Broeders van Saint Louis in Oudenbosch. De gebouwen van dit internaat aan de overkant van de Oudenbossche basiliek herinneren nog aan de rijke geschiedenis van de congregatie der Broeders van de H. Aloysius Gonzaga**, zoals de officiële naam van deze congregatie luidt. Thé volgde de onderwijsopleiding aan de Bisschoppelijke Kweekschool aldaar, maar voelde zich niet geroepen om broeder te worden. Hij zou later leraar worden op de technische school in Breda.

 

Broer Jan voelde zich wel geroepen en ging in augustus 1920 naar het juvenaat (broederopleiding) van dezelfde broeders. Niet veel later volgde een klasgenoot van hem: Toon van Schendel (1907-1983), die als broeder Gaudentius zou intreden. Twee jaar later start Jan daar ook met de onderwijsopleiding en wordt op 14-jarige leeftijd postulant***, in 1923 ontvangt hij het kloosterkleed en de naam broeder Hilarius. Dan wordt de onderwijsopleiding een jaar onderbroken want broeder Hilarius begint dan aan zijn noviciaat en legt op 23 april 1924 zijn tijdelijke geloften af en op 16 april 1925 zijn plechtige H. Professie voor 5 jaar.

In juni 1927 behaalt hij Godsdienstdiploma A en zijn onderwijzersdiploma en vertrekt naar Alkmaar, waar de broeders ook een klooster hadden. Op de jongensschool aldaar start hij zijn onderwijscarrière.

* De openbare school zou nog tot 1934 blijven bestaan en werd toen de katholieke jongensschool. Een katholieke meisjesschool was er in Terheijden al na de komst van de zusters in 1884.

** De H. Aloysius Gonzaga (1568-1591) kwam uit een adellijke Italiaanse familie, trad in bij de Jezuieten naast zijn studie voor priester bekommerde hij zich om de zieken en tijdens de pestepidemie in Rome raakte hij besmet en kwam te overlijden. Hij werd door de paus uitgeroepen als patroon van de jonge studenten en zo'n patroon past natuurlijk uitstekend bij de onderwijscongregatie zoals die van Oudenbosch.

***Een postulant is iemand die zich heeft aangemeld bij een kloosterorde of congregatie, maar die nog niet bij de kloostergemeenschap is aangenomen. Wordt iemand wel aangenomen dan volgt het noviciaat.

 

Nederlands-Indië.

 

Op 1 oktober1929 wordt broeder Hilarius benoemd voor Nederlands- Indië . Samen met broeder Felix en broeder Constantinus vertrekt hij op 24 oktober van dat jaar met de trein naar Marseille, vanwaar ze met  het stoomschip Patria vertrokken naar hun missie in Java, waar broeder Hilarius in 1930 zijn Eeuwige Geloften aflegt als broeder. Hij werkt daar als onderwijzer, studeerde daar voor zijn hoofdakte en de aktes wiskunde l.o. en handelskennis l.o. om daarna op het ulo (uitgebreid lager onderwijs) les te gaan geven. Broeder Hilarius werkt in Soerabaja en Bandung. Naast het werk is er ook gelegenheid voor ontspanning zoals te zien is op de foto. De broeder kan zijn grote hobby, vissen, uitoefenen.

 

 

Oorlog, bezetting en interneringskamp.

In 1942 wordt Nederlands-Indië bezet door de Japanners en in 1943 wordt broeder Hilarius door de bezetters gevangen gezet. Hij zou drie interneringskampen meemaken, in het laatste kamp werkt hij als vrijwilliger in de verpleging. In augustus 1945, met de bevrijding van Nederlands-Indië komt er een eind aan zijn gevangenschap.

 

Uitgesteld verlof.

In 1939 zou broeder Hilarius na 10 tropenjaren met verlof mogen, maar er was geen vervanger voor hem, hij moest nog maar een jaartje geduld hebben. Maar toen was de Tweede Wereldoorlog gaande en het zou nog tot 1946 duren alvorens hij, na 16 jaar, met verlof naar Nederland mag. Hij bezoekt dan ook voor het eerst de nieuwe woonplek van de familie, want die had in 1933 het vanouds bekende Wit Huis overgenomen, een omstreeks 1825 gebouwd café aan de Rijksweg Breda-Moerdijk bij de afslag naar Wagenberg. Parochieel behoorde men daar nog tot de parochie Terheijden. De grens tussen de beide parochies werd daar gevormd door de vliet van Wijtvliet. Ook vlakbij dit café ligt een grote weel of wiel en dat was natuurlijk een kolfje naar de hand van onze broeder, aangezien deze een hartstochtelijk visser was.

Aan de weel in Terheijden met moeder.

 

Terugkeer.

In 1947 is hij weer in Nederlands-Indië, waar intussen de onafhankelijkheidsstrijd woedt met een enorme aversie tegen de Nederlanders. Sluipschutters en ontvoeringen zorgen voor een beangstigende sfeer, broeder Hilarius heeft het daar heel moeilijk mee en hij gaat in 1951 met het vliegtuig voorgoed terug naar Nederland, waar hij weer gaat werken in het onderwijs, maar hij werkt ook in de administratie van de scholen die onder beheer van de broeders staan. Hij doet dat in Oudenbosch, Laren en Roosendaal. Jongste zus Dien van broeder Hilarius zou later samen met haar man Frie Rasenberg de zaak van haar ouders overnemen, er werd in 1958 een danszaal aan het pand gebouwd en in de weel kwam een duikplank te staan. In de jaren '60 werden er soosavonden en tuinfeesten georganiseerd door Soos L 'Avenir, waarvan zoon Frie van Dien en Frie een van de voortrekkers was.

'De keurig aangeklede tuin was feeëriek verlicht met honderden gekleurde lampjes. In het midden van een grote dansvloer, waarop de tuinfeestgangers op de uitstekende muziek van The Stramouko's een dansje konden maken in de romantische omgeving', zo vermeldt Dagblad de Stem van 8 juli 1963.

Een jonge André van Duin stond er op het podium, ook Ria Valk, Rob de Nijs en The Lords, Boudewijn de Groot, Rob Hoeke en meer aanstormend talent trad op bij het Withuis, soms wel voor zo'n 800 (jonge) mensen. Gelukkig was in die jaren op zondag de late mis ingevoerd, zodat de uitgaanders konden uitslapen en daarna (met kleine oogjes) nog naar de mis konden, want naar de kerk op zondag hoorde er toen nog bij. In 1970 ging het Withuis over in andere handen en in 1975 maakte een brand een einde aan het pand en er kwam een woonhuis voor in de plaats.

Helemaal links onder restaurant Buitenlust van Cees Klaassen, later met John Reniers en nu bekend als Ripasso. Links midden het van ouds bekend Wit huis met helemaal links de weel.

 

De laatste jaren van broeder Hilarius.

Vanwege gezondheidsproblemen stopt broeder Hilarius in 1965 geheel met het onderwijs, maar hij is tot 1972 nog wel werkzaam op de administratie van Pedagogische Academie de Vossenberg in Oudenbosch. Op 64-jarige leeftijd stopt hij in z'n geheel met werken en hij viert in 1973 zijn gouden kloosterfeest, geteld vanaf het moment in 1923 dat hij het kloosterkleed ontving en voortaan broeder Hilarius werd genoemd.

Op familiebezoek bij ome Jan, broeder Hilarius, naast hem zijn zus Dien, haar man Frie en enkele van hun kinderen. Op de rug gezien zijn zus To.

In augustus 1979 wordt broeder Hilarius opgenomen in het Bredase Ignatiusziekenhuis. De diagnose is niet best, longkanker met uitzaaiingen in de wervelkolom. Hij sterft toch nog onverwacht op 10 oktober. De uitvaart vindt plaats op 13 oktober, waarna broeder Hilarius, Jan Diepstraten, begraven wordt op het kloosterkerkhof in Oudenbosch, gelegen naast het Arboretum aldaar.

Graf op het kloosterveld. Bovenaan wordt de sterfdatum vermeld, dan de kloosternaam en de familienaam. Dan J.D.O. (jaar der ouderdom) 71 en J.D.R. (jaar der Religiositeit) 56, de jaren dat de overlevende aan de congregatie verbonden was. Afgesloten met R.I.P, de afkorting van de Latijnse wens Requiescet in pace, rust in vrede.

Zus To wordt in 1929 na haar opleiding aan kweekschool 'Withof in Etten benoemd aan de r.k. meisjesschool in Terheijden, zij zou daar 34 jaar werken. In het familiealbum van de familie Kock is een foto te vinden van het voormalig schoolteam van de r.k. meisjesschool. To staat rechtsachter. Van 1958 tot 1974 zou zij deel uitmaken van de gemeenteraad van de vroegere gemeente Terheijden, zij was ook twee jaar wethouder. Daarnaast was To dirigent van Dameskoor Terheijden en reissleidster bij groepsreizen.

 

Bronnen:

Levensschets van Jan Diepstraten (broeder Hilarius) met dank aan broeder Cees van Dam van de broeders van Saint-Louis.

Netty van Hooijdonk-Rasenberg, nichtje van broeder Hilarius, met dank voor de foto's uit het familiearchief.

Johan van der Made, met dank voor de luchtfoto van het van ouds bekend Wit Huis.

Johan van der Made, Harrie Bruijns: Bestuurders van Gemeente Terheijden 1328-1996, Heemkundekring de Vlasselt 78, 1996.

Leo Vermeulen: Back to the sixties, Heemkundekring de Vlasselt 103, 2003.

Johan van der Made: Herbergen vroeger en nu, Heemkundekring de Vlasselt 1984.

Schoolboek de Vlasselt 2005. Zoekmachine Delpher.