De Bredaseweg in Terheijden is een drukke weg richting Breda en dat was zeker het geval toen de Bredasebaan nog niet was aangelegd. Een van de huizen langs de Bredaseweg heeft een beeld van Maria en een beeld van Jozef in de top van de dubbele voorgevel staan. Het huis stamt uit 1941 en was ooit eigendom van Johannes, Walterus Rompa, Jan Bioscoop, ondernemer en weldoener.

Jan Rompa

Johannus Waltherus, Jan, Rompa ( 1885-1961 ) werd geboren in Terheijden als zoon van broodbakker Petrus Rompa en Adriana Boomaars. Hij was de oudste van het gezin. Nog in Jan zijn geboortejaar vertrok het gezin naar Teteringen, later in 1889 verhuisde het gezin naar Breda, maar nog in hetzelfde jaar verruilde men Breda weer voor Princenhage, nu een wijk van Breda, maar toen nog een zelfstandige gemeente.

Oudste zoon Jan Rompa trouwde op 3 mei 1910 in Druten met Lucia Huberta in den Bosch ( 1880-1939 ), dochter van Mattheus Johannus Hubertus in den Bosch, een pettenmaker, barbier en oud-zouaaf.

Een groep zouaven met helemaal links Mattheus in den Bosch.


Tussen 1861 en 1870 zouden maar liefst 3.100 Nederlanders als soldaat van de Pauselijke Staat verdedigen tegen de Italiaanse nationalisten die van Italie een eenheidsstaat wilde maken. De Pauselijke Staat was toen aanzienlijk groter van oppervlakte dan het huidige grondgebied van het Vaticaan. Maar de strijd was tevergeefs en de Pauselijke Staat verloor bijna al het grondgebied en werd teruggebracht tot een ministaatje wat het nu is. Mattheus Johannes Hubertus in den Bosch had tussen 1864 en 1868 ook in het Pauselijk leger gediend en was daarvoor twee keer onderscheiden. De oud-zouaven hadden in de tijd van het Rijke Roomse Leven een bijzondere status, zij hadden immers gevochten voor de paus, en waren dan ook bij veel kerkelijke activiteiten, zoals processies, in ( in de loop der jaren wel wat uitgelegd ) uniform aanwezig. Vader in den Bosch zou na de dood van zijn vrouw bij zijn dochter in Terheijden komen wonen. Hij overleed daar op 31 december 1933.  Jan was op het moment van trouwen elektricien van beroep. Later staat hij te boek als machinewachter/machinedrijver, als monteur, als directeur van een bioscooptheater en als leerlooier. Venlo was de eerste woonplaats van het echtpaar en daar werd in 1911 ook hun eerste kind Josephus Petrus Mattheus Hermanus geboren, dat al na zes maanden overleed.

In 1913 is het gezin in Hees ( Nijmegen ) te vinden om in datzelfde jaar in Breda te gaan wonen, waar vader Jan directeur van een bioscooptheater was. Jan, die de toen nog stomme films zelf van commentaar voorzag, kreeg later in Terheijden dan ook de bijnaam Jan Bioscoop.

In 1916 kwam het gezin in Terheijden wonen op het adres C1a, dat is nu Hoofdstraat nr 74. Weer later werd er verhuisd naar de Bredaseweg, naar het huis naast de leerlooierij. Het gezin van Jan en Lucie zou uiteindelijk 7 kinderen, 6 jongens en 1 meisje, tellen. In Terheijden was Jan leerlooier en hij zou de leerlooierij "Rompa van Meel" van zijn oom Waltherus  Rompa ( 1849- 1930 ) overnemen. Deze oom had sinds 1882 een leerlooierij aan de Bredaseweg en had zelf geen kinderen. In 1924 werd de leerlooierij omgezet in de firma W. Rompa van Meel met drie firmanten J.W. Rompa, W.J. Blankers en C.J. Boxsel. Jan zou ook directeur/ aandeelhouder worden bij de Nederlandse Stoomlederfabriek Gilze- Rijen, hier werd hij later opgevolgd door zijn zoon Piet, terwijl zoon Thijs de zaak in Terheijden over zou nemen.

Een beetje verder richting Breda had een andere oom van Jan, Jacobus Rompa, ook een leerlooierij. Deze leerlooierij werd geleid door deze oom em drie zonen, waarvan uiteindelijk zoon Waltherus Gerardus, in Terheijden beter bekend als Therus, alleen de zaak zou gaan leiden.

Jan en zijn neef Therus zouden vaak de degens kruisen, figuurlijk, maar naar het schijnt ook letterlijk, indien het verhaal klopt dat beide heren elkaar eens met de wandelstok te lijf gingen. Zij waren concurrenten van elkaar, en kwamen elkaar ook op andere terreinen tegen, zo waren beiden heren in de periode 1919-1923 lid van de gemeenteraad, Jan voelde meer voor vooruitgang, neef Therus was wel conservatiever en stemde ook nogal eens tegen veranderingen. Jan maakte in 1927 deel uit van het bestuur van het Wit Gele kruis. Verder was Jan lid van schietvereniging "Wilhelmina" in Terheijden en was naast deelnemer bij diverse wedstrijden ook bestuurlijk actief binnen de wereld van de schietsport, ook was hij beschermheer van Harmonie Terheijden.  Jan was ook best wel creatief in de zin dat hij oorkondes op perkament maakte bij bijvoorbeeld een bedrijfsjubileum en voor de harmonie in Gilze  ontwierp hij zelfs een bekerkast en als in 1923 het Wagenbergs gemeenteraadslid P. van Tetering 25 jaar raadslid is, zorgt zijn mederaadslid Jan Rompa ook voor een oorkonde.

Weldoener voor gemeente en parochie

Parochie en gemeente troffen het wel met Jan Rompa in hun midden, want deze was niet te beroerd een aantal zaken te financieren, sponsoren zouden we nu zeggen. In 1929 kreeg Terheijden een nieuw gemeentehuis, het huidige notariskantoor, en de leeuw op het bordes en het leer voor de zetels in de raadszaal werd geschonken ddor de firma van Jan. In 1950 kwam er een Antoniusraam in het zuidertransept van de Antonius Abtkerk van de hand van Charles Eyck, gefinancierd door Jan Rompa. In 1955 schonk Jan een wegkruis bij de splitsing Molenstraat/ Schansstraat, het werd plechtig ingewijd op de tweede zondag van mei, maar tijdens de kermis in september van dat jaar werd het corpus vernield en pas in 1986 zou er een nieuw wegkruis met corpus komen.

Dagblad van Noord- Brabant 2 maart 1929

In 1942 is W. v. Leent 40 jaar werkzaam bij leerlooierij Firma Rompa- van Meel. Voor ieder personeelslid is er een dubbel loon, Brabants dagblad bericht er op 23 juni 1942 het volgende erover: Om half negen had er een H. Mis uit Dankbaarheid plaats waarin ook al het personeel van bovengenoemde firma aanwezig was. Na afloop hiervan togen allen naar de leerlooierij waar de jubilaris door den heer Rompa als een plichtsgetrouwe knecht werd gekenschetst. Tevens werd hem een enveloppe met inhoud, een leunstoel en een prachtige bloemenmand waarin vijf flesschen wijn aangeboden. Hierbij werd tevens aan het personeel een dubbel weekloon toegezegd. Nadat ook nog door de vroegere firmant Blankers een toespraak was gehouden en een bloemenmand was aangeboden, werd dit laatste ook gevolgd  door den jongeheer Rompa en den boekhouder  Trommelen. Namens het personeel sprak Sjef Kanters de jubelaris toe en bood hem behalve een bloemenmand een rooktafel en een schilderij aan. Hierna volgde tractatie in café de Deugd ( schuin tegenover de leerlooierij ). Ook van buurtbewoners, familie en vrienden kwamen bloemen binnen.

Uit de rubriek Brabantse auto's en motoren 1906-1951. 'De auto van m'n opa' van BHIC, de foto werd ingezonden door Bert Rompa, de zoon van Thijs ( Thijs zit op de bumper ), kleinzoon van Jan. 

Een deel van de familie Rompa poseert voor het ouderlijk huis aan de Bredaseweg bij de auto, een Buick, model 1936. Kenteken N23865. De woning links vooraan zou in 1941 vervangen worden door de woning die er nu nog staat. Links achter staat de woning van zoon Thijs. In 1939 sterft moeder Lucie in den Bosch en Jan hertrouwt dan in 1942 met Maria van Erp.

De laatste hand wordt gelegd aan de stoep bij de nieuwe woning van de familie Rompa, links het kantoor en de leerlooierij. In 1986 ging de oude leerlooierij, toen in gebruik door Elka Pieterman, een groothandel in onderdelen voor huishoudelijke apparaten, in vlammen op. De woning bleef gespaard.

Dat het geloof van betekenis was in het gezin bleek ook wel uit de beeltenissen van Jozef en Maria boven in de top van de dubbele voorgevel van het nieuwe huis en het feit dat uiteindelijk drie zonen kozen voor een leven als priester, twee van hen binnen de orde van de kapucijnen. Vader Jan kreeg in 1947 een pauselijke onderscheiding vanwege het goede werk op sociaal en caritatief gebied. De krant bericht ervan en laat natuurlijk niet onvermeld dat drie zonen van Jan de mis opdroegen.

Waaghals uit Terheijden

Vader Jan Rompa op de foto met zijn drie priesterzonen bij de voordeur van de woning ( met ereboog ) aan de Bredaseweg in een artikel in dagblad de Stem van 4 november 1952. Vader poseert met zijn gouden kruis van Ridder in de orde van Gregorius de Grote, hem door de paus verleend. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het vertrek van de jongste zoon Herman ( 1924-1994 ) als pater Raymundus lid van de kapucijnen, naar zijn missiegebied in Indonesië, om precies te zijn naar de Bataks in Noord-Sumatra, waar hij 41 jaar werkzaam zou zijn. De krant noemt deze blote voeten pater een waaghals om als Nederlander naar Indonesië te gaan ( na alles wat gebeurd is ). Indonesië was immers ons voormalig Nederlands-Indië, dat na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk wilde zijn van Nederland en dat hele proces verliep zeker niet zonder slag of stoot en sympathie voor Nederland was daar op dat moment ver te zoeken.

De krant neemt dan ook het petje af voor pater Raymundus, die zijn jongensideaal missionaris worden in vervulling zag gaan om in Indonesië de leer van de onmetelijke alles overheersende liefde te prediken, hierbij geruggesteund door de Terheijdense bevolking door gebed en de opbrengst van een fancy-fair. De krant wenst pater Raymundus het volgende toe: Trek uit als priester en als fabriekantenzoon, laat je gewijde hand zegenen en bouwen, genezen en scheppen, steunen en verweren als de hand van een echte leerlooier.

Raymundus overlijdt op zondag 13 maart 1994. Hij is dan op de brommer op weg naar een van de staties om daar voor te gaan in de eucharistie. Hij wordt van achter aangereden door een vrachtwagen en van de brommer geslingerd en overlijdt een uur later aan zijn verwondingen. De begrafenis van Ompung ( grootvader ) vindt plaats op het kapucijnenkerkhof en gaat gepaard met dans en gondang-muziek, want deze Terheijdense 'blote voetenpater' had zeker de sympathie van de Bataks gewonnen.

Voetbalelftal kleinseminarie paters Kapucijnen Langeweg. Herman Rompa zit in het midden met de bal. ( Fotocollectie BHIC2126-2-047 Marie José Verheije- Blomme )

Minder roepingen, meer priesters

Was het artikel over pater Raymundus er zeker nog een van Roomse Blijheid, op diezelfde krantenpagina staat een minder Rooms Blij-bericht onder de titel 'Minder roepingen, meer priesters nodig'. Het is een verslag van een studiedag op Bouvigne waarop de problematiek van het dalend aantal priesters, al in 1952, nu dus 73 jaar geleden, aan de orde komt. Minder priesterroepingen in een tijd waarin de bevolking groeit. De oorzaak hiervan zoekt men in de aantasting van de christelijke geest in de gezinnen door de gesel van de moderne tijd. Als middel hier tegen denkt men aan  voorlichting op scholen met filmstroken, verspreiden van affiches en folders, priesterzaterdagen en een studiefonds voor kandidaat-priesters, maar bovenal het bevorderen van de christelijke geest in de gezinnen, want dat is de thermometer voor het aantal priesterroepingen.

Pasha, brood en wijn

 

Zoon Jan ( 1917-1994 ) trad ook in bij de Kapucijnen, hij kreeg de kloosternaam Bertinus, maar werd meestal Bertien genoemd.

Hij was vooral actief voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en hield zich ook bezig met het organiseren, samen met een medebroeder, van zogenaamde misweken binnen parochies. De bedoeling van zo'n misweek was de godsdienstigheid in de parochie weer eens een oppepper te geven en daarvoor werden dan paters Kapucijnen of paters Redemptoristen ingehuurd die daarvoor alle registers opentrokken voor een offensief waarin ook plaats was voor donderpreken. In 1949 was pater Bertinus samen met confrater Genesius in Terheijden voor een dergelijke misweek. Voor deze misweek maakte pater Bertinus een kerkspel 'Pascha, brood en wijn'. om "de heilige mis op een moderne wijze gestalte te geven in een groots geheel zonder inbreuk te maken op het misoffer". Dit spel was een waar spektakel, met zang, dans en instrumentale muziek, samen met een heleboel vrijwilligers uit een parochie en met Bertinus zelf in de rol van Christus. Het spel werd zo'n 400 keer opgevoerd, ook in Terheijden en in de kerk van zijn broer Ad in Dongen. Vader Jan maakte het tekstboek voor de hoofdrolspeelster Ecclesia, 44 geschreven vellen op perkament. Het kerkspel werd vertaald in het Engels, Spaans, Portugees en Indonesisch.

Annie M.G. Schmidt heeft haar 'eerlijk duurt het langst' pater Bertien zijn godsdienstige musical

 

De deelnemers aan het kerkspel 'Pascha, brood en wijn' in Terheijden, het kleine meisje vooraan is Tonny van Kuijk- Dudok, met dank aan Tonny voor de foto.

De boodschap is eigenlijk: als je wilt, hol jezelf dan niet voorbij in deze wereld, maar sta stil bij de onderbouw ( pater Bertinus Rompa )

Pater Bertinus was ook actief in de zogenaamde Pax-Christi voettochten. Deze voettochten werden vanaf 1958 gehouden met als vertrekpunt Den Bosch, later ook Almelo, en waren in eerste instantie bedoeld voor jongens en meisjes die eindexamen moesten doen en studenten met het doel een vreedzame wereld dichterbij te brengen en zijn tot de jaren '80 van de vorige eeuw gehouden.

Pastoor van een bouwdooskerk

Zoon Ad ( 1920-1995 ) uit het gezin van Jan Rompa en Lucie in den Bosch koos voor een leven als priester van het bisdom Breda en werd in 1947 tot priester gewijd. Na als kapelaan gewerkt te hebben in Klundert, Welberg en Breda-Princenhage. werd hij in 1957 kapelaan van de Jozefparochie in Dongen en kreeg in maart 1957 de opdracht om in de nieuwe woonwijk in de buurt van het Wilhelminakanaal als bouwpastoor een nieuwe kerk en parochie te stichten, inclusief de kleuterschool en lagere school. Dat zou de vierde parochie voor Dongen worden, een afsplitsing van de Jozefparochie. Kerk en parochie kregen als naam H. Maria.

De te bouwen kerk zou een noodkerk zijn, in afwachting van een definitief gebouw. Het gebouw bestond voor 2/3 uit glas en telde 2000 onderdelen en de vloer was van betontegels. Het gebouw was al in augustus 1957 klaar. De jonge boeren hadden het bouwterrein geëgaliseerd, alvorens er een betonnen fundering gestort werd. De krant noemde de kerk dan ook een 'bouwdooskerk'. In Dongen werden tal van activiteiten georganiseerd om aan de nodige financiën te komen, zoals wielerwedstrijden op gewone fietsen, benefietwedstrijden door plaatselijke voetbalclubs. Er werden ook cabaretavonden georganiseerd waarbij ook de Terheijdense accordeonvereniging 'Accordeola' optredens verzorgde en de klap op de vuurpijl was de Tefado, een landbouw-, handels- en industrietentoonstelling met allerlei nevenactiviteiten. Dit alles om aan f700.000,- te komen voor de bouw van een echte kerk. 

Piet Rombouts ( 1917-2007 ) komt in 1959 als kapelaan van Wagenberg naar Dongen om bij pastoor Rompa de eerste jongerenpastor van Dongen te worden en speelt een stimulerende rol in het tot stand komen van jongerenmissen en andere activiteiten voor jongeren. In 1967 werd hij benoemd tot pastoor in Terheijden, wat hij tot 1984 zou blijven.

Noodkerk H. Maria, moeder van Barmhartigheid

In de plaats van de 'bouwdooskerk' aan de Kanaalstraat in Dongen kwam er nooit een echte kerk en in 1984 viel het besluit de kerk aan de eredienst te onttrekken, de parochie fuseerde met de Jozefparochie en in 1986 werd de kerk gesloopt. Ad Rompa bleef in Dongen pastoraal actief tot aan zijn emeritaat in 1993. Hij overleed in 1995. Ook de H. Josephkerk waar Ad als kapelaan in Dongen begonnen was, zou aan de eredienst onttrokken worden en in 2009 onder de slopershamer vallen, hoewel er 13 suggesties voor herbestemming van het gebouw waren ingediend. De gemeenteraad van Dongen had toch voor sloop gekozen.

Overlijden vader Jan

Vader Jan overlijdt op 23 maart 1961 en pater Calasanctius Joossen verzorgt in de Franciscaanse Heraut van 5 mei1961 een artikel ter herinnering aan de overledene. De Franciscaanse Heraut was het blad voor de leden van de zogenaamde Derde Orde, dat was een lekenbeweging die nauw verbonden was met de Kapucijnen, een beweging waarvan de leden probeerden om in de wereld zoveel mogelijk een leven te leiden in de geest van Franciscus, de stamvader van de Kapucijnen en Jan Rompa was ook lid van die Derde Orde. De Franciscaanse Beweging is een voortzetting van die Derde Orde en verspreidt nog steeds het gedachtegoed van Franciscus en Clara van Assisi. Uit het lovend artikel van de pater enkele fragmenten:

Jan Rompa

Zijn levensloop, begonnen in een diepgelovig en oer-christelijk gezin, had hem langs de meest uiteenlopende werkzaamheden uiteindelijk gevoerd naar de top van de grootindustrie.

Als lid van de Derde Orde had Jan een opvallende Franciscaanse levensopvatting. Vanuit zijn financieel sterke positie vond hij het niet meer dan vanzelfsprekend talloze mensen in die tijd in hun moeilijkheden te helpen. Zijn motto was hierbij: 'Wij zijn maar rentmeesters en wij hebben maar te zorgen, dat we van geld, dat God ons gaf, een goed gebruik hebben gemaakt'. Blijmoedig, een optimist, iedereen die met hem in aanraking kwam, droeg daar iets mee naar huis.

Naast zijn caritatieve activiteiten was Jan ook iemand van veelvuldig gebed, vaak biddend uit een klein beduimeld boekje met gebeden voor de kerk, voor de Katholieke Universiteit, voor de Chinese universiteitsstudente Joanna Hsia die vastzat voor haar geloof en alle vervolgde Chinezen, voor de zwaar beproefde kerk in Hongarije en kardinaal Mindszenty ( het was de tijd van de koude oorlog ) ook voor de missie in Sumatra waar een van zijn priesterzonen werkzaam was.

Het geloof zat om je lijf als een tweede huis, het zat in onze genen

Zo kenschets op 14 april 1995 zoon Piet van Jan Rompa, dan 82 jaar, de sfeer in het gezin van vader Jan en moeder Lucie in een uitgebreid artikel in de Stem. Een dagblad dat hij een rode krant noemde. Piet heeft bekend gemaakt f100.000,- geschonken te hebben aan een nieuw opgerichte Katholieke Partij, die de plaats van het dwalende CDA zou moeten innemen. Hij doet dit uit zorg over het geloof dat volgens hem is losgeraakt van de wortels sinds het Tweede Vaticaans Concilie ( 1962-1965 ) en het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout ( 1968 ). In deze periode veranderde katholiek Nederland van een zeer aan de leiband van Rome lopende kerkprovincie in een hevig met verandering bezig zijnde kerkprovincie, Piet hoopte dat de bisschoppen zich ook meer gingen profileren en de zaak niet op zijn beloop zouden laten; bisschop Jo Gijsen van Roermond was zijn favoriete bisschop.

Hebben we hier te maken met een stoottroeper van de Paus, die in het weerspanning katholieke Nederland een nieuwe divisie van Rome sponsort? Dat vroeg journalist Paul de Schipper zich af. Het leek er wel op, want Piet was recht in de leer, hij duldde geen gesjoemel en verweet de pers met al die nieuwigheden te zijn meegelopen. 'Je moet gehoorzaam zijn aan alles wat tot stand gekomen is, nadat Paulus van zijn paard gevallen is', de kerk is geen democratie. Piet schatte dat de Katholieke Partij op termijn zeker op 10, 12 zetels zou uitkomen dankzij de steun van de moeders en de mannen op de werkvloer. Het liep toch allemaal anders.

Bronnen

Documentatie Zouavenmuseum Oudenbosch.

Delpher, zoekmachine voor kranten en tijdschriften.

Archief Venlo.

Regionaal archief Nijmegen.

Regionaal archief Tilburg.

Gedachtenisprentjes archief Heemkundekring Made en Drimmelen.

De Franciscaanse Heraut, maandschrift voor de leden der Derde Orde van de H. vader Franciscus.

P.J.M. Rombouts: De kerkramen van de H. Antonius Abt Terheijden, De Vlasselt nr 54, 1991 Johan van der Made en Harrie Bruijns.

De bestuurders van de gemeente Terheijden 1328-1996 De Vlasselt nr 78, 1996.

G.J. Rehm: De behuizing van het dorpsbestuur van Terheijden, jaarboek 19 Oranjeboom 1966, nr 5.

BHIC, Brabants Historisch Informatie Centrum.

Stichting Sint Jozef blijft: Honderd en één, Dongense St. Josephkerk op de drempel van een nieuwe eeuw, Dongen 2008.

Dossier P.J.M. Rombouts.

 

20250627 Pierre Gruca.